www.lib.ugent.be
HOMEPAGE   GEBOUW   RESTAURATIE   OMTRENT DE BOEKENTOREN   IN DE BOEKENTOREN   ARCHIEF   CONTACT   EN  

HISTORIEK
DE ARCHITECT
PLANNEN
ACCENTEN
SPOREN
LEESZALEN
MAART 2011
DE VAN DE VELDETAFELS ZIJN EINDELIJK TERUG BENEDEN

GEBOUW

HISTORIEK

In 1933 werd de 70-jarige Henry van de Velde belast met het ontwerpen van een nieuwe universitaire bibliotheek en de instituten voor Kunstgeschiedenis, Dierkunde en Farmacie. Als bouwplaats werd het voormalige De Vreesebeluik of Cité Ouvrière op de Blandijnberg gekozen. Van de Velde dacht meteen aan een toren als boekenmagazijn. De ligging op het hoogste punt van de stad deed hem dromen van een baken, een teken van de universiteit, een symbool van wetenschap, wijsheid en kennis: zijn Boekentoren, de vierde toren van Gent.

    

Gemakkelijk had hij het niet, want de bibliothecarissen zagen zijn project niet zitten en bestelden zelfs de plannen voor een langwerpig alternatief bij collega Armand Cerulus. Henry van de Velde hield echter koppig vast aan zijn toren en hij kreeg die ook. Hij stelde in 1934 het complex voor met een indrukwekkende gipsen maquette. Na tal van aanpassingen en wijzigingen diende hij in 1935 de definitieve plannen in. Het volgende jaar begon men te bouwen.

Pas in 1939 was de ruwbouw en een deel van de afwerking klaar. Voor de definitieve versie van zijn betonnen Boekentoren, een constructie van 64 meter hoog met vier kelderverdiepingen, twintig verdiepingen en een imponerende belvédère, kon Van de Velde rekenen op de know-how van zijn collega's Gustave Magnel, specialist in gewapend beton, en Jean-Norbert Cloquet. De keuze voor beton was een uiting van moderniteit, nog geaccentueerd door een voor ons land innoverende techniek van glijdende bekisting.

    

Henry van de Velde koos voor een ongewone gevel van naakte beton op een sokkel bekleed met arduin. Hij gaf de toren de vorm van een Grieks kruis, niet als religieus teken maar als symbool van de verbinding tussen hemel en aarde, van de vermenging van tijd en ruimte. De vijver in de binnentuin reflecteert het grondpatroon van de toren. Voor Van de Velde was de continuïteit van de lijn bijzonder belangrijk, zodat hoge en lage volumes bijdragen tot een verheven karakter, zo typisch voor gotische kathedralen. De inval van het licht speelde een rol bij de situering van de leeszalen: de grote leeszaal en de tijdschriftenleeszaal voorzag hij van veel zenitaal licht en richtte hij op het zuiden, de handschriftenleeszaal richtte hij naar het noorden zodat schadelijk licht werd geweerd.

    

Als totaalkunstenaar tekende Van de Velde alle details: zwarte ijzeren raamprofielen, vloerpatronen, deurkrukken, meubilair, bekleding van de radiatoren. De moeilijke economische situatie en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stonden de realisatie van zijn totaalproject in de weg: hij moest de keuze van het materiaal wijzigen

(b.v. marmer in plaats van rubber of linoleum als vloerbedekking), en slechts een deel van het meubilair werd gerealiseerd. Van de gevraagde kunstwerken werden enkel de projecten van Karel Aubroeck en Jozef Cantré uitgevoerd. Het gebouw werd op 1 juli 1992 beschermd als monument.


     

Een toren voor boeken, 1935-1985: Henry Van de Velde en de bouw van de Universiteitsbibliotheek en het Hoger instituut voor kunstgeschiedenis en oudheidkunde te Gent / Beatrix Baillieul, Hilde Ballegeer, Luc Heyvaert, Hendrik Lambotte, Dirk Laporte, Norbert Poulain, Lucienne Zabeau-Van der Verren.

(Tentoonstelling 26 oktober - 24 november 1985) 
      
 Bookmark and Share



Het Métier